zaterdag 8 september 2012

I.M.19 woensdag 4 juli 2012 Begin van het einde

Rond etenstijd verdelen we de taken. Ik ga met Marcel buiten eten en mijn moeder eet haar bordje koude schotel bij See. Rond acht uur word ik onrustig. Ik merk op dat See haar ademhaling onregelmatig wordt. We observeren, schuifelen, bespreken... en constateren dat het weer stabiliseert... pffff... Na zaterdag zitten we in de reservetijd. Zoveel is inmiddels wel zeker. Maar we willen haar nog zo graag zo lang als mogelijk bij ons houden. De slopende onzekerheid is realiteit. Als de dokter het vandaag stabiel noemt, wat betekent dat? Hoe zal het gaan en wie bepaalt? We gaan zo zenuwachtig de avond in. Mijn moeder, Marcel en ik cirkelen om See haar bed. Optimale en liefdevolle nabijheid. Meisje: we zijn bij jou. Kees arriveert en met Josine, de nachtzuster, nemen we voor het slapen gaan de dag nog even door. Dat wil zeggen: mijn moeder zit bij See. Josine, Kees en ik zitten buiten te praten. Marcel maakt zich op om te gaan slapen. Ik blijf onrustig. En even later, staand naast See haar bed, dienen zich apneus aan. Ademstilstand. Josine klokt: soms meer dan twintig seconden tot ze weer begint met ademen. Zo vreemd. Zo verdrietig. Zo spannend. Haar bron van leven droogt op. Ze heeft bepaald: de adem stokt. Onmiskenbaar het begin van het einde. Marcel en mijn moeder zijn zich al aan het opmaken voor de nacht. Ik ga hen halen. In paniek en in tranen. Josine steekt de waxinelichtjes aan en geeft aan dat het reëel lijkt dat haar einde zich vermoedelijk deze nacht aandient. Ze laat ons alleen met See. Ze geeft aan dat ze regelmatig komt kijken en in de huiskamer is. Ze wenst ons kracht en liefde. Vincent wordt gebeld: ‘kom maar hierheen; het moment is bijna daar’. Met open vizier. Als een omgekeerde bevalling. Het is zo vervreemdend. See: tot waar we kunnen gaan we met je mee. Samen en allen alleen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen