maandag 3 september 2012

I.M. 14 dinsdag 3 juli 2012 Audiëntie

Uit de tent stap ik See haar kamer in. Ze heeft rustig geslapen, aldus de nachtbroeder. Ik aai haar en ze lacht. We schuiven haar een beetje op en ik kruip nog even naast haar. Broer en zus samen in bed… net zoals vroeger. Het wordt een dag vol met bezoekjes. Nichtjes, vrienden van Hilair, de leidster van de dagbesteding… See houdt audiëntie. Wel een vreemde context. ‘Men’ gaat veelal op vakantie en/of wil nog een keer bij haar zijn. Dat begrijp ik. Palliatief bezoek, zogezegd. Ook de pastoor komt langs. Ik heb hem gevraagd om te komen, om nu kennis te maken met ons en met See, en om ‘alvast wat zaken voor te bespreken’. Waaronder mijn moeite als homo met de R.K. kerk, gerelateerd aan mijn moeders legitieme en diepe wens om te zijner tijd voor See een kerkelijke uitvaart te houden. De pastoor blijkt een fijne man. Een goede luisteraar die ‘meebeweegt’, die oog heeft voor de heftigheid van situatie en die mijn moeder een prachtige suggestie doet om ook Gino en mijn vader in het dorp van mijn moeder (waar ook See zal komen) te herbegraven. Iedereen van het gezin (met See erbij dadelijk de helft) die is gestorven bij elkaar. Bijna een mooie gedachte, als het niet zo absurd wreed was. Maar: we voelen de tijd op onze hielen en er hangt daarom stress. De gedachte dat ze zal gaan en dat we haar moeten gaan missen is onverdraaglijk, maar wordt ook steeds reëler. Het mobiele netwerk ligt er een tijdje uit, waardoor ik me nog geïsoleerder voel. Ik ga even op en neer naar de apotheek om lemonsticks te halen, waarmee we haar lippen en mond licht kunnen bevochtigen nu ze niet meer drinkt. Hoe vervreemdend weer dat buiten deze wereld van alles rondom See alles gewoon doorgaat. Ik doe iets groots, het grootste van mijn leven…. maar buiten rolt de wereld door.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen